Olieprijs stijgt door aanvallen op schepen in Rode Zee, militair tegenoffensief beperkt stijging

De olieprijs steeg op dinsdag opnieuw, net als op maandag, als gevolg van aanvallen op schepen in de Rode Zee die zorgen baarden over de aanvoer. De stijging werd echter beperkt door de aankondiging van een militair tegenoffensief. De januarifuture voor een vat West Texas Intermediate ruwe olie sloot 1,3 procent hoger op 73,44 dollar per vat op de New York Mercantile Exchange. Het nieuwe contract, voor februari, sloot 1,5 procent hoger op 73,94 dollar en Brent-olie klom naar 79,23 dollar. Eerder op de dag waren de stijgingen zelfs meer dan 3 procent, nadat oliereus BP had aangekondigd voorlopig geen schepen meer door de Rode Zee te laten varen vanwege de aanvallen. Ook reders Moller Maersk en Hapag-Lloyd hadden dit al gedaan na eerdere aanvallen. Deze aanvallen werden uitgevoerd door Houthi-rebellen die een groot deel van Jemen in handen hebben. De olieprijs daalde toen de Amerikaanse minister van defensie Lloyd Austin aankondigde dat er een internationale inspanning zal worden geleverd om de aanvallen op vrachtschepen tegen te gaan. Deze operatie, genaamd Prosperity Guardian, wordt ondersteund door Nederland, het Verenigd Koninkrijk, Noorwegen, Frankrijk, Italiƫ, Canada, Bahrein en de Seychellen.